ECLI:NL:RBOVE:2020:2859
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen woninginvesteringen
De rechtbank Overijssel behandelde op 2 september 2020 een zaak tegen twee verdachten die werden beschuldigd van het medeplegen van witwassen van geldbedragen en voorwerpen, met name investeringen in een woning in Almelo.
De officier van justitie stelde dat de woning feitelijk eigendom was van een derde verdachte die crimineel geld had geïnvesteerd, en dat de verdachten wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. De verdediging voerde aan dat er een plausibele verklaring was voor de investeringen en dat er geen bewijs was dat de verdachten wetenschap hadden van de criminele herkomst.
De rechtbank constateerde dat de woning juridisch eigendom was van een andere verdachte en dat deze woning werd gehuurd door de vermeende eigenaar van het criminele geld. Hoewel er investeringen waren gedaan, vond de rechtbank onvoldoende bewijs dat de verdachten wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat het geld uit een misdrijf kwam.
Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van het ten laste gelegde witwassen. De rechtbank liet de vraag wie feitelijk eigenaar was en wie de investeringen financierde open, omdat dit niet leidde tot een bewezenverklaring van het feit.
Uitkomst: Verdachten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij wisten dat investeringen in de woning afkomstig waren uit een misdrijf.