Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten in conventie en in voorwaardelijke reconventie
Artikel 13
Rechtbank Overijssel
Eiseres en gedaagde hadden een vriendschappelijke relatie en een samenwerking in een bedrijf gevestigd in een pand waarvan eiseres eigenaar was. Vanwege financiële problemen verkocht eiseres het pand aan gedaagde met een recht van eerste koop (door eiseres geïnterpreteerd als koopoptie). Na verslechtering van de relatie ontstond een geschil over de uitoefening van dit recht en het gebruik van het pand.
Eiseres vorderde in kort geding dat gedaagde medewerking zou verlenen aan de terugkoop van het pand, stellende dat zij een koopoptie heeft en spoedeisend belang had vanwege de lopende bodemprocedure waarin gedaagde ontruiming en gebruiksvergoeding vordert. Gedaagde betwistte de koopoptie en stelde dat sprake is van een recht van eerste koop met een termijn van vijf jaar, en dat eiseres geen spoedeisend belang heeft.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang niet voldoende aannemelijk is gemaakt, omdat eiseres haar standpunt over de koopoptie ook in de bodemprocedure kan inbrengen. Ook het geschil over de gebruiksvergoeding hoort in de bodemprocedure thuis. Daarom werd de vordering afgewezen en de proceskosten aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: De spoedeisende voorziening van eiseres wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.