ECLI:NL:RBOVE:2020:2601
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens ontbreken wederrechtelijk voordeel bij hennepkwekerij
De rechtbank Overijssel behandelde op 23 juli 2020 de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen de veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor medeplichtigheid aan het telen van hennep en diefstal van elektriciteit. De officier van justitie vorderde betaling van een bedrag van €71.773,00 als wederrechtelijk verkregen voordeel.
De ontnemingsrapportage berekende het voordeel op basis van twee oogsten, waarvan de tweede vlak voor ontdekking door de politie had plaatsgevonden. De rechtbank nam als vaststaand aan dat de veroordeelde betaald zou worden vanaf die tweede oogst, maar dat hij daarvoor geen betaling heeft ontvangen.
Op grond van het dossier en de zitting oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat de veroordeelde daadwerkelijk wederrechtelijk financieel voordeel heeft genoten uit het bewezenverklaarde feit of andere strafbare feiten. Daarom werd de vordering van de officier van justitie afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Overijssel te Almelo op 6 augustus 2020. De veroordeelde was bijgestaan door zijn raadsman en de officier van justitie concludeerde eveneens tot afwijzing van de vordering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af wegens ontbreken van bewijs voor wederrechtelijk voordeel.