Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, beschadigen, meermalen gepleegd
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, beschadigen, meermalen gepleegd
gevangenisstrafvoor de duur van
321 (driehonderdéénentwintig) dagen;
180 (honderdtachtig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van drie jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
(vierhonderdzesentachtig euro)te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2019. Voornoemd bedrag bestaat uit materiële schade;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 486,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 december 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
€ 1.335,98 (dertienhonderdvijfendertig euro en achtennegentig eurocent)te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2019. Voornoemd bedrag bestaat uit materiële schade;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.335,98,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 november 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 23 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
hefthet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis
op;
wijst afde vordering tenuitvoerlegging met parketnummer 05/046178-18.
De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 9 juli 2020 heeft afgelegd;
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] van 10 december 2019, doorgenummerde pagina’s 61 en 62;
Een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] van 10 december 2019, doorgenummerde pagina’s 63 en 64;
De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 9 juli 2020 heeft afgelegd;
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] van 24 november 2019, doorgenummerde pagina’s 61 en 62;
Een proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2019, doorgenummerde pagina 96;
De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 9 juli 2020 heeft afgelegd;
Een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] van 23 november 2019, doorgenummerde pagina’s 129 en 130;
Een proces-verbaal van bevindingen van 11 december 2019, doorgenummerde pagina’s 131 tot en met 134.