Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Het ten laste gelegde
De overwegingen van de rechtbank
Rechtbank Overijssel
Op 24 mei 2019 liep verdachte samen met het slachtoffer, beiden onder invloed van alcohol, naar huis. Verdachte belde die avond de alarmcentrale omdat het slachtoffer op de grond lag. Het slachtoffer werd naar het ziekenhuis gebracht en overleed op 4 juni 2019 aan ernstig schedel-hersenletsel.
De officier van justitie stelde dat verdachte het slachtoffer had mishandeld, wat leidde tot diens fatale val. Verdachte ontkende dit en verklaarde dat het slachtoffer meerdere keren uit eigen beweging was gevallen, waarbij hij hem slechts probeerde te helpen.
Getuigenverklaringen waren verdeeld: sommige getuigen hoorden verdachte zeggen dat hij het slachtoffer had geslagen, anderen zagen geen aanwijzingen voor mishandeling. Ambulancebroeders en politieagenten zagen geen duidelijke tekenen van agressie.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs niet overtuigend was dat verdachte het slachtoffer mishandelde en dat dit mishandeling de dood veroorzaakte. Emotionele verklaringen van nabestaanden konden niet als bewijs worden gebruikt. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mishandeling met fatale afloop.