Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding van 24 juni 2020 met productie 1 tot en met 9,
- de aanvullende productie 10,
- de mondelinge behandeling via skype op 8 juli 2020,
- het tegen [gedaagde ] verleende verstek.
2.De feiten
€ 175.000,00, aan welke afspraak uitvoering is gegeven. Tevens is er op 16 januari 2020 een onherroepelijke volmacht strekkende tot onderhandse verkoop van de woning van [gedaagde ] overeengekomen.
‘
(…) Onder gebruikmaking van die volmacht zal mijn cliënt binnenkort makelaardij Thoma Post te Hengelo opdracht geven voor de verkoop van de woning. Client vertrouwt erop dat u conform de inhoud van de verkoopvolmacht daaraan uw medewerking zal verlenen.(…)’.
‘(…)Ongeveer een kwartier voor de bezichtiging was ik aanwezig bij de woning om te kijken of de woning presenteerbaar was voor de kijker. Helaas heeft de [gedaagde ] mij geen toegang gegeven om de woning te bekijken, aangezien ik geen mondkapje droeg. De [gedaagde ] heb ik aangegeven, dat het dragen van een mondkapje enkel verplicht is in het openbaar vervoer vanaf 1-6-2020 (…) Tevens vragen wij hem telkens niet aanwezig te zijn bij bezichtiging, maar zonder resultaat (…) Afgelopen dinsdag zouden wij al eerder kijken met deze mensen, helaas heeft de heer [gedaagde ] de afspraak maandagmiddag afgezegd wegens omstandigheden. Op deze wijze maakt de bewoner/eigenaar het ons echter onmogelijk om ons werk normaal uit te voeren en met een kijker tot een koop te komen. Waarmee ik betwijfel of de artikelen 6 en 11 uit de volmacht, die u ons hebt overhandigd, nog worden nageleefd. De eerste weken moet ik zeggen dat de woning er netjes bijstond qua schoonmaak, echter was het de laatste keer 1,5 maand geleden niet heel schoon en fris in de woning (…)’.
‘(…) Van mijn client, de heer [eiser] en de verkopende makelaar, de heer [A] van Thoma Post, begrijp ik dat u onvoldoende meewerkt aan de verkoop van uw woning, hoewel u daartoe op basis van de door u aan mijn cliënt gegeven onherroepelijke volmacht wel gehouden bent (…) Gesteld kan inmiddels worden dat u de verkoop van de woning tegenwerkt, wat in ieder geval niet in het belang van mijn cliënt is, immers is er daardoor geen zicht op (spoedige) inlossing van de schuld die u aan mijn cliënt heeft (…) Ik sommeer u ombinnen nu en 1 weekmijschriftelijkte bevestigen dat u onvoorwaardelijk zal meewerken aan de verkoop van de woning (…) Wanneer u aan deze sommatie geen gehoor geeft of wanneer u wel toezegt maar in de praktijk niet uitvoert, dan zal cliënt rechtsmaatregelen tegen u nemen (…)’.
‘(…) In overleg met de familie [eiser] hebben wij(....)
de woning aan [het adres]inderdaad niet meer op Funda zichtbaar gemaakt en het bord tijdelijk uit de tuin gehaald. Dit heb ik voorgesteld, aangezien wij geen bezichtigingen bij meneer [gedaagde ] kunnen uitvoeren(…)
’.
3.Het geschil
subsidiair:- [gedaagde ] te veroordelen tot afgifte van de toegangssleutel van de woning aan [het adres] te [woonplaats] aan één van de makelaars van Thomas Post te [woonplaats] ;
- te bepalen dat [gedaagde ] zijn medewerking dient te verlenen aan het in de woning toelaten van de makelaar en eventuele kopers voor een bezichtiging;
- [gedaagde ] te verbieden om bij de bezoeken van de makelaar in de woning aanwezig te zijn en [gedaagde ] te veroordelen om, bij verkoop aan een derde, uiterlijk op de dag voordat de verkoopakte bij de notaris wordt verleden, de woning te ontruimen en de sleutels af te geven;
- [gedaagde ] te veroordelen om een dwangsom te betalen van € 1.000,00 voor elke keer dat hij niet aan een of meer van de bovenstaande veroordelingen c.q. bepalingen c.q. ge- en verboden voldoet, tot een maximum van € 25.000,00;
zowel primair als subsidiair:[gedaagde ] te veroordelen in de proceskosten.
4.De beoordeling
633,00
5.De beslissing
15 juli 2020.