Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De weergave van het procesverloop
In conventie en in reconventie:
- de vooraf aangekondigde conclusie van eis in reconventie met voorafgaande toelichting op het geschil in conventie en in reconventie;
- de akte inbreng producties met de producties 1 tot en met 30 van de zijde van [gedaagde in conventie] ,
- de behandeling ter terechtzitting (via Skype vanwege het Corona-risico) op 17 juni 2020, alwaar partijen en hun advocaten zijn verschenen;
- de aanhouding van die behandeling ter zitting tot 18 juni 2020 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen om zich (al dan niet in gezamenlijk overleg) te beraden over mogelijke andere wijzen (mediation/bindend advies/deskundige) waarop partijen hun geschillen allesomvattend tot een oplossing kunnen brengen;
- de voortzetting van de behandeling ter terechtzitting (via Skype) op 18 juni 2020, bij welke gelegenheid partijen en hun advocaten weer zijn verschenen;
- het vooraf ingekomen e-mailbericht van 18 juni 2020 met daarbij een overzicht van door [eiser in conventie] gedane betalingen voor varkensvoer, van de zijde van [eiser in conventie] ;
- het eveneens vooraf ingekomen e-mailbericht van 18 juni 2020 met daarbij de POV- uitdraaien van 28 mei 2020, van de zijde van [gedaagde in conventie] ;
- bij gelegenheid van die voorgezette behandeling bleek een (partieel) vergelijk echter niet tot de mogelijkheden te horen;
- partijen hebben vervolgens vonnis gevraagd in hun geschillen in conventie en in reconventie. Namens [eiser in conventie] is daarbij met klem aangedrongen om nog heden, op 18 juni 2020, vonnis te wijzen in het conventionele geschil.