ECLI:NL:RBOVE:2020:1982
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kinderrechter bij spoedmachtiging uithuisplaatsing
Verzoekster, moeder van twee kinderen, diende een wrakingsverzoek in tegen kinderrechter mr. A. Flos, die spoedmachtigingen tot uithuisplaatsing van haar kinderen had verleend. Zij stelde dat de spoedmachtiging onterecht was afgegeven zonder dat onmiddellijk gevaar bestond, dat de feiten niet volledig waren getoetst en dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden.
De wrakingskamer oordeelde dat de spoedmachtiging conform artikel 800 lid 3 Rv Pro was verleend, omdat de wet spoedeisende beslissingen zonder voorafgaand hoor en wederhoor toestaat. De rechter mocht op het moment van de beslissing afgaan op de beschikbare informatie, waaronder een anonieme melding die reeds bekend was. De vermeende schendingen en het voorafgaande telefoongesprek gaven geen aanleiding tot het vermoeden van partijdigheid.
De wrakingskamer benadrukte dat het beginsel van hoor en wederhoor binnen twee weken na de spoedmachtiging alsnog wordt gewaarborgd en dat verzoekster tegen de inhoudelijke beslissingen hoger beroep kan instellen. De vrees voor vooringenomenheid was niet objectief gerechtvaardigd. Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kinderrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.