Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
4.De bewijsoverwegingen
5.De schade van benadeelde
6.De beslissing
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Rechtbank Overijssel
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak tegen een 38-jarige man uit Eindhoven die werd verdacht van het plegen van fraude tegen de Belastingdienst. De tenlastelegging betrof het versturen van valse formulieren om bankrekeningnummers van ondernemingen te wijzigen en zo geldbedragen te verkrijgen. Verdachte had aanvankelijk bekentenissen afgelegd, maar verklaarde ter zitting dat deze vals waren.
De rechtbank oordeelde dat de eerdere bekentenissen van verdachte inconsistent en aantoonbaar onjuist waren, waardoor deze niet als bewijs konden dienen. Daarnaast was er onvoldoende aanvullend bewijs aanwezig om de daadwerkelijke en actieve betrokkenheid van verdachte aan te tonen. De officier van justitie had primair een bewezenverklaring gevorderd voor fraude en valsheid in geschrift, subsidiair medeplichtigheid.
De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De benadeelde partij, de Ontvanger van de Belastingdienst, had een schadevergoeding van ruim €397.000 gevorderd, maar deze vordering werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken en geen straf- of schadevergoedingsmaatregel werd opgelegd. De Ontvanger werd verwezen naar de burgerlijke rechter voor eventuele vorderingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor fraude en valsheid in geschrift.