Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
[slachtoffer 2]. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Het voor reiskosten naar de rechtbank gevorderde bedrag van € 120,06 merkt de rechtbank aan als proceskosten en zal als zodanig worden toegewezen. De rechtbank zal het gevorderde bedrag aan immateriële schade toewijzen tot een bedrag van € 300,00 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
[slachtoffer 3]. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Het voor reiskosten naar de rechtbank gevorderde bedrag van € 44,00 merkt de rechtbank aan als proceskosten en zal als zodanig worden toegewezen. De rechtbank zal hetgeen verder is gevorderd toewijzen tot een bedrag van € 635,36 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.
9.Voorlopige hechtenis
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden;
€ 300,00(driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 augustus 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
€ 635,36(zeshonderdvijfendertig euro en zesendertig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2019;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 635,36,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2019 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 12 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
Het proces-verbaal van aangifte van 15 augustus 2019 (pagina 20-21), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van aangifte van 29 augustus 2019 (pagina 13), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van aangifte van 6 februari 2019 (pagina 29-31), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor aangeefster van 19 september 2018, met bijlagen (pagina 37-38, 46), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal ontvangst klacht door hulpofficier van justitie (pagina 33), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 september 2019 (pagina 47), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 september 2019 (pagina 85), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef en onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering, te weten eendeskundigenrapport forensisch schriftonderzoekvan Niehoff & De Jong van 27 november 2019 (pagina 181-206) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 10 oktober 2019 (pagina 159), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 1 oktober 2019, met bijlagen (pagina 305-308, 314) voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 oktober 2019 met bijlagen (pagina 264-266, 268, 286-289), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 11 oktober 2019 (pagina 176), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven: