Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het verloop van de procedure
2.De standpunten van de veroordeelde, de raadsman en de officier van justitie
3.De ontvankelijkheid
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Rechtbank Overijssel
De veroordeelde is bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot een taakstraf van 100 uren, met een vervangende hechtenis van 50 dagen als sanctie bij niet-uitvoering. De officier van justitie beval de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis omdat de taakstraf niet was aangevangen. De veroordeelde en zijn raadsman stelden dat hij destijds met ernstige persoonlijke problemen kampte, waaronder het verlies van zijn woning en stopzetting van zijn uitkering, maar nu bereid en in staat is de taakstraf alsnog te volbrengen. Er waren gesprekken geweest over verslavingszorg en hulpverlening.
De officier van justitie betoogde dat de veroordeelde onbereikbaar was voor de reclassering en geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, en dat de hulpverlening nog onvoldoende concreet was. De politierechter stelde vast dat het bezwaarschrift tijdig en ontvankelijk was. Uit de behandeling bleek dat de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde nog zodanig waren dat het niet waarschijnlijk was dat hij de taakstraf op korte termijn zou volbrengen.
Daarom werd het bezwaarschrift ongegrond verklaard en de beslissing tot tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis gehandhaafd. De veroordeelde was via videoconferentie gehoord, en de raadsman en officier van justitie waren telefonisch aanwezig vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de vervangende hechtenis wordt ongegrond verklaard en de hechtenis wordt uitgevoerd.