Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
- Een (giraal) geldbedrag van in totaal€ 864.852,40door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 2] en/of
- Een (giraal) geldbedrag van in totaal€ 2.162.097,69door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , waarvan [bedrijf 1] in totaal€ 2.013.488,65over heeft gemaakt aan [bedrijf 2] ,
- een bedrijf, zijnde een eenmanszaak op naam van verdachte ( [bedrijf 2] ) opgericht en/of
- een werkplek gehuurd voor [bedrijf 2] en/of
- zich middels [bedrijf 2] voorgedaan als betrouwbare leverancier van goederen en/of diensten en/of werkzaamheden ten behoeve van (het wagenpark en/of de werven) van de gemeente Amsterdam en/of
- meerdere facturen op naam van [bedrijf 2] opgemaakt en/of gestuurd en/of ingediend bij [bedrijf 1] en/of de gemeente Amsterdam en/of
- (schriftelijke en/of mondelinge) mededelingen gedaan over de gefactureerde goederen en/of diensten en/of werkzaamheden aan de gemeente Amsterdam en/of aan [bedrijf 1]
- de indruk gewekt dat goederen en/of diensten en/of werkzaamheden vermeld op deze facturen aan de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] , terwijl deze of goederen en/of diensten en/of werkzaamheden niet zijn geleverd en/of verricht,
2. (valsheid in geschrifte ex artikel 225 lid 2 Sr Pro)
- 81 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam (voor een totaalbedrag van € 864.852,40)(ZD p.17 en bijlage p.132 ev) te versturen en/of te laten sturen aan en/of in te dienen bij de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] , en/of
- 113 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (voor een totaalbedrag van € 2.013.488,65) (ZD p.19 en bijlage p. .318 ev) te versturen en/of te laten sturen aan en/of in te dienen bij de gemeente Amsterdam en/of [bedrijf 1] .
terwijl zij, verdachte en/of haar mededaders wisten of redelijkerwijs moesten vermoeden dat voornoemde facturen bestemd waren om gebruik van te maken als ware deze echt en onvervalst
3. ((gewoonte)witwassen artt. 420bis en 420ter Sr)
a) van een of meerdere (grote) geldbedragen van in totaal€ 3.012.939,44bestaande uit:
- € 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 1] ),
- € 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),
- € 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),
- € 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),
- € 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),
- € 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),
- € 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),
- € 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),
- € 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 2] ),
- € 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),
- € 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),
- € 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),
- € 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),
- € 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),
- € 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),
- € 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),
- € 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),
de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats, en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of verborgen of verhuld wie de rechthebbende is of het voorhanden heeft,
- € 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 1] ),
- € 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),
- € 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),
- € 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),
- € 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),
- € 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),
- € 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),
- € 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),
- € 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 2] ),
- € 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),
- € 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),
- € 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),
- € 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),
- € 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),
- € 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),
- € 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),
- € 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),
verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van voornoemde geldbedragen gebruik gemaakt,
3.De voorvragen
- € 94.000,-- van [bedrijf 2] , tegenrekening [rekeningnummer 1] ;
- € 10.250,-- van [verdachte] e/o [medeverdachte] , tegenrekening
- Een giraal geldbedrag van in totaal€ 864.852,40door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 2] en
- Een giraal geldbedrag van in totaal€ 2.162.097,69door de gemeente Amsterdam overgemaakt aan [bedrijf 1] , waarvan [bedrijf 1] in totaal€ 2.013.488,65over heeft gemaakt aan [bedrijf 2] ,
- zich middels [bedrijf 2] voorgedaan als betrouwbare leverancier van goederen en diensten en werkzaamheden ten behoeve van het wagenpark en/of de werven van de gemeente Amsterdam en
- meerdere facturen op naam van [bedrijf 2] opgemaakt en/of gestuurd en/of ingediend bij [bedrijf 1] en de gemeente Amsterdam en
- mededelingen gedaan over de gefactureerde goederen en/of diensten en/of werkzaamheden aan de gemeente Amsterdam en aan [bedrijf 1]
- de indruk gewekt dat goederen en diensten en werkzaamheden vermeld op deze facturen aan de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] geleverd en/of verricht zijn door [bedrijf 2] , terwijl deze goederen en diensten en werkzaamheden niet zijn geleverd of verricht,
- 59 facturen op naam van [bedrijf 2] aan de gemeente Amsterdam (voor een totaalbedrag van € 864.852,40)(ZD p.17 en bijlage p.132 ev) te versturen en/of te laten sturen aan en/of in te dienen bij de gemeente Amsterdam en [bedrijf 1] , en/of
- 109 facturen op naam van [bedrijf 2] aan [bedrijf 1] (voor een totaalbedrag van
a) van meerdere (grote) geldbedragen van in totaal€ 3.012.939,44bestaande uit:
- € 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 1] ),
- € 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),
- € 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),
- € 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),
- € 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),
- € 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),
- € 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),
- € 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),
- € 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 2] ),
- € 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),
- € 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),
- € 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),
- € 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),
- € 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),
- € 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),
- € 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),
- € 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),
- € 126.043,95 (6.1 Overschrijvingen naar Rabobankrekening ten name van [naam 1] ),
- € 185.544,- (6.2: betalingen voor de drie voertuigen van het merk Porsche, type Cayenne),
- € 14.888,- (6.3: betaling voor het voertuig van het merk Mini),
- € 40.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Baja),
- € 15.000,- (6.4: betaling voor het vaartuig merk Chapparal),
- € 8.000,- (6.4: betalingen voor het vaartuig merk Sea Ray),
- € 18.345,65 (6.5: betalingen aan het [hotel 1] Maastricht),
- € 3.568,24 (6.5: betalingen aan het [hotel 2] te Valkenburg aan [adres 2] ),
- € 1.040,93 (6.5: betalingen voor het vliegticket naar Suriname ten name van [naam 2] ),
- € 5.078,33 (6.5: betalingen voor overige reizen),
- € 1.542.063,- (6.6: uitgaven in [casino] en ten behoeve van online gokken),
- € 212.800,- (6.7: uitgaven bij [juwelier] te Maastricht),
- € 63.587,50 (6.7: uitgaven bij [opticien] te Maastricht),
- € 60.122,07 (6.7: uitgaven bij diverse tabakswinkels en loterij loten),
- € 598.428,88 (6.7: diverse uitgaven),
- € 98.349,77 (6.8: betalingen voor huurkosten op verschillende locaties),
- € 20.079,12 (6.9: overschrijvingen naar derden),
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
en
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
Verdachte heeft zich voorts gedurende lange tijd samen met haar mededader [medeverdachte] schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van grote geldbedragen die zij met de oplichtingspraktijken (via onder meer [bedrijf 2] ) binnenkregen. Het witwassen van crimineel geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Het in omloop zijn van dergelijke witgewassen geldbedragen uit crimineel vermogen heeft een sterk corrumperende werking en daardoor wordt bovendien de onderliggende criminaliteit gefaciliteerd. Met haar handelen heeft verdachte opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken en daaraan een schijnbaar legale herkomst verschaft. Op het witwassen staan dan ook hoge straffen.
De rechtbank heeft als enigszins strafmatigende omstandigheid in aanmerking genomen dat de rol van verdachte beperkter is geweest dan die van haar mededader. Ook is de straf van verdachte lager dan die van haar echtgenoot, nu zij niet degene was die in dienst was van de gemeente Amsterdam.
Het verzoek van de verdediging om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van gelijke duur als de duur van het door verdachte ondergane voorarrest, eventueel in combinatie met oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en van een taakstraf die de 240 uur overstijgt doet op geen enkele wijze recht aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten.
Bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op het op naam van verdachte gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie. Daaruit volgt dat verdachte een blanco strafblad heeft.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank de oriëntatiepunten voor de straftoemeting van het LOVS en de straffen die de rechtbank voor soortgelijke feiten pleegt op te leggen als uitgangspunt genomen.
Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting doorgaans dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen haar ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een stafvervolging zal worden ingesteld. De rechtbank neemt in dit geval 7 september 2015 als uitgangspunt, aangezien verdachte op deze datum is aangehouden.
De rechtbank stelt vast dat in dit geval sprake is geweest van overschrijding van de redelijke termijn met meer dan een jaar, op grond van het tijdsverloop tot de regiezitting, het tijdsverloop tot de verhoren bij de rechter-commissaris en het tijdsverloop tot de inhoudelijke behandeling van de zaak. Dit tijdsverloop is naar het oordeel van de rechtbank niet aan verdachte te wijten. Een en ander levert een zodanige overschrijding van de redelijke termijn op dat een korting van 10% dient te worden toegepast op de hierna te leggen straf.
9.De beslissing
en
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden;