Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
ABN AMRO BANK N.V.,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
5.De beslissing
10 juni 2020,
Rechtbank Overijssel
De Staat der Nederlanden vordert vervroegde onteigening van meerdere percelen in de gemeente Deventer ten behoeve van de reconstructie van de rijksweg A1. De eigenaar van de percelen verzet zich tegen de onteigening met het argument dat de Staat onvoldoende serieus heeft onderhandeld over een minnelijke verwerving, met name omdat het aanbod van de Staat niet is aangepast aan de actuele situatie en ontwikkelingen.
De rechtbank stelt vast dat de Staat herhaaldelijk hetzelfde bod heeft gedaan, dat door de eigenaar steeds zonder concreet tegenvoorstel is afgewezen. De rechtbank oordeelt dat de eigenaar onvoldoende heeft aangetoond waarom hij niet inhoudelijk op de pogingen van de Staat tot overleg is ingegaan. De rechtbank acht het voorstel van de eigenaar dat de Staat het gehele eigendom van circa 5,3 hectare zou moeten kopen niet reëel.
De rechtbank concludeert dat de Staat aan de wettelijke verplichtingen heeft voldaan en dat het verweer van de eigenaar faalt. De onteigening wordt vervroegd uitgesproken. Tevens wordt het voorschot op de schadeloosstelling vastgesteld op het volledige bod van €295.260,00. Deskundigen worden opgedragen de schadeloosstelling verder te begroten. Het vonnis wordt gepubliceerd in het nieuwsblad De Stentor, editie Deventer.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot vervroegde onteigening toe en bepaalt het voorschot op schadeloosstelling op €295.260,00.