ECLI:NL:RBOVE:2020:125
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing persoonsgebonden budget op grond van onvoldoende vermogen tot verantwoord beheer
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een persoonsgebonden budget (PGB) op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), met het doel zelf zorg in te kopen bij een specifieke zorgaanbieder. Verweerder heeft echter besloten eiser zorg in natura (ZIN) toe te kennen en het PGB te weigeren, omdat eiser niet kon aantonen dat hij verantwoordelijk met het PGB kon omgaan en de beoogde zorgverlener niet als zorgprofessional werd aangemerkt.
Eiser betoogde dat hij met hulp van een bewindvoerder en zijn sociale netwerk wel in staat zou zijn het PGB te beheren en dat de weigering van het PGB een ontoelaatbare beperking van zijn keuzevrijheid betekende. De rechtbank stelde vast dat eiser ten tijde van het bestreden besluit geen bewindvoerder had en geen persoon uit zijn sociale netwerk had genoemd die hem kon ondersteunen bij het beheer van het PGB. Hierdoor kon verweerder niet beoordelen of eiser met hulp het PGB verantwoord kon beheren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat eiser niet voldeed aan de criteria voor het verkrijgen van een PGB zoals opgenomen in artikel 2.3.6 Wmo 2015. De stelling van eiser dat de weigering in strijd was met de keuzevrijheid uit de Wmo 2015 faalde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Eiser staat vrij een nieuwe aanvraag in te dienen indien zijn situatie wijzigt.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van een persoonsgebonden budget wordt ongegrond verklaard.