Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
In de wei en beide stallen zien de verbalisanten geen enkele aanwijzing dat deze runderen ander voedsel dan gehakselde mais krijgen. Ook treffen zij in de stallen en op het erf geen ander voer aan. Bekend is dat een rantsoen van alleen of voornamelijk mais veel te eenzijdig is voor runderen omdat het onder andere onvoldoende eiwitten bevat.
opzettelijkdoor verdachte is begaan. Bij het onder 4 ten laste gelegde is 'opzettelijk' niet in de tenlastelegging opgenomen en kan derhalve ook niet bewezen worden verklaard, zoals de officier van justitie vorderde.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
- feit 1: artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder d, Besluit houders van dieren;
- feit 2:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder e, Besluit houders van dieren;
- feit 3:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 2.2, tiende lid, onderdeel d, Wet dieren juncto artikel 1.7 onder f, Besluit houders van dieren;
- feit 4:artikel 1 onder Pro 2o van de Wet op de economische delicten juncto artikel 96 Gezondheids Pro- en Welzijnswet voor dieren juncto artikel 3 van Pro het Besluit identificatie en registratie van dieren juncto de artikelen 13, eerste lid, 15, eerste lid en artikel 39 van Pro de Regeling identificatie en registratie van dieren;
- feit 5:artikel 1a onder 3o van de Wet op de economische delicten juncto de artikelen 3.4 en 6.2 van de Wet dieren juncto artikel 3.22, eerste lid, van de Regeling dierlijke producten.
telkenshet
misdrijf:
meermalen gepleegd.
16 overtredingen:
overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 96 Gezondheids Pro- en welzijnswet voor dieren, zestien keer gepleegd.
11 overtredingen:
elfmaal gepleegd.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De vordering tenuitvoerlegging
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
feiten 1, 2 en 3 telkens het misdrijf:
feit 4: 16 overtredingen:
feit 5: 11 overtredingen:
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
gedeeltelijke stillegging van de ondernemingvan de verdachte, waarin de economisch delicten zijn gepleegd, voor de duur van
1 (één) jaar, met dien verstande dat de onderneming van verdachte alleen wordt stilgelegd voor zover het betreft het
bedrijfsmatig houden van dieren of doen houden van dieren of het verhuren aan anderen van de gebouwen en gronden voor het houden van dieren;
tenuitvoerleggingvan de bij vonnis van de Rechtbank Overijssel van 2 september 2019 met parketnummer 08-994558-18 voorwaardelijk opgelegde:
taakstrafvoor de duur van
90 urenmet bevel voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 45 (vijfenveertig) dagen;
stillegging van de ondernemingvan de verdachte, waarin de economisch delicten zijn gepleegd, voor de duur van
1 (één) jaar, met dien verstande dat de onderneming van verdachte alleen wordt stilgelegd voor zover het betreft het
bedrijfsmatig houden van dieren of doen houden van dieren of het verhuren aan anderen van de gebouwen en gronden voor het houden van dieren.