Eiseres werd in 2009 verwezen voor onderzoek naar een afwijking in de bovenkaak. Na diverse onderzoeken en biopten werd een odontogeen myxoom vermoed, waarvoor een gedeeltelijke resectie van de bovenkaak werd uitgevoerd. Later bleek de voorkeursdiagnose te zijn gewijzigd in fibreuze dysplasie, een minder ingrijpende aandoening.
Eiseres stelde de leden van de Commissie voor Beentumoren aansprakelijk wegens onzorgvuldige advisering die leidde tot de ingrijpende operatie. De commissie had geadviseerd op basis van histologisch materiaal dat volgens eiseres onvoldoende representatief was en dat de radiologische bevindingen uitsloten dat sprake was van een odontogeen myxoom.
De rechtbank oordeelde dat de commissie als deskundigen advies gaf aan de behandelend arts en geen behandelovereenkomst met eiseres had. De histologische diagnose werd terecht als 'gouden standaard' gehanteerd boven de radiologische bevindingen. Het biopt was voldoende beoordeelbaar en nader onderzoek was niet verplicht gezien de risico's en urgentie.
De rechtbank concludeerde dat de commissie niet onzorgvuldig had gehandeld en dat eiseres onvoldoende feiten had gesteld om aansprakelijkheid aan te tonen. De vorderingen werden afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.