Eiseres exploiteert een melkveebedrijf en heeft een opfokovereenkomst met gedaagde waarbij gedaagde jongvee van eiseres opfokt en houder is. Fosfaatrechten, die sinds 2018 wettelijk zijn gekoppeld aan het houden van melkvee, werden toegekend aan gedaagde omdat het jongvee op de peildatum 2 juli 2015 bij haar geregistreerd stond.
Eiseres vordert overdracht van deze fosfaatrechten aan haar als eigenaar van het jongvee, stellende dat de rechten aan haar toekomen omdat zij eigenaar is en het jongvee slechts tijdelijk bij gedaagde stond. Zij beroept zich ook op ongerechtvaardigde verrijking.
De rechtbank oordeelt dat de Meststoffenwet het houderschap op de peildatum als bepalend stelt voor de toekenning van fosfaatrechten, niet het eigendom. De opfokovereenkomst bevat geen regeling over fosfaatrechten en de redelijkheid en billijkheid leiden niet tot aanvulling. Ook is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking omdat de toekenning aan de houder wettelijk is geregeld.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.