Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. R.P. Zwarts en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
Ik zag dat in het achterste gedeelte van de loods een apart, uit isolatiepanelen opgebouwd, gedeelte was gemaakt waarin (…) een illegale productielocatie is aangetroffen. Ik rook bij het betreden van de achterste loods (…) direct een sterke kenmerkende geur die ik herken als behorend bij de illegale vervaardiging van amfetamine. Ik zag dat in het voornoemde aparte gedeelte luchtafzuiging was aangelegd die hoorbaar in werking was. Ik zag dat in deze ruimte diverse loogvaten en meerdere IBC’s met vele duizenden liters amfetamine-afval stonden alsmede een zeer grootschalige kook- en een destillatieopstelling. Ik zag dat nabij de destillatie opstelling, in een speciaal ingerichte kast met verlichting, ook enkele maatbekers staan met hierin minimaal 2 liter amfetamineolie (positief getest als mafetaminebase). Ik herken deze ruimte met de hierin aanwezige goederen als een in gebruik zijnd illegale productie(lab)ruimte voor de zeer grootschalige vervaardiging van vermoedelijk amfetamine uitgaande van BMK met behulp van Leuckart synthese(…) Het verder aantreffen van 7 IBC’s met in totaal circa 700 liter aan divers afval van de vervaardiging van amfetamine onderschrijft de schaalgrootte van de illegale vervaardiging van amfetamine”. [3]
Direct achter de roldeur stond in de loods(manege) een personenauto van het merk Audi, voorzien van kenteken [kenteken] geparkeerd (…) Achter de klemdekselvaten stond op de muur de handgeschreven tekst: “25 poeder 40 ZZ 40 water 90 graden 3 uur koken omzetten na 90 graden 2 uur roeren en 2,5 uur roeren 3 uur klaar 2e fase 20 1 olie 20 ZZ 90 gr koken dan 3 uur”. Deze handgeschreven teksten hebben betrekking op het, in klemdekselvaten met de au-bain-marie-bakken omzetten van 25 kilo APAA met 40 liter zoutzuur naar BMK en het 2e fase koken van 20 liter N-formylamfetamine (…) met 20 liter zoutzuur naar ruwe amfetamine binnen de Leukartsynthese. (…)
In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs worden zouten en esters van ‘BMK-glycidezuur’(…) en APAA (alfa-fenylacetoacetamide (…) omgezet in BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamiine.
7 tonnen = 98,5 liter +/- 14,2 liter per ton 74 liter = 65 A Totaal 80 A” en “59 B in ketel Turken = 30 L 1e x loog 25 L 2e loog in oven = 15 liter A geel”. [7]
over 7 tonnen verkrijgen van 74 liter BMK die na synthese 65 liter amfetamine-olie oplevert. Ander gaat over ruwe BMK 2 x logen en dan 25 liter BMK synthetiseren waar 1t liter A uitkomt. Verder 65 + 25 = 80 liter A”. [8]
het document is vermoedelijk van een leverancier van chemicaliën tbc (de rechtbank leest: tbv)
de vervaardiging van veel voorkomende verdovende middelen: amfetamine, metamfetamine, MDMA en cocaïne”. [9]
Enkele keren. Ongeveer vijf keer heb ik deze man gezien (…) dit is volgens mij een werknemer”.
Deze persoon ken ik wel, ik heb over hem al eerder verklaard, dit is ook één van de personen die die nacht van de aanhouding bij mij op het erf was”. [12]
Papa…zijn hier ook mensen die (onverstaanbaar, wij hebben?) gehad?Antwoordde medeverdachte [medeverdachte 1] : “
ja, eentje (…) Ja nou die zit hier ook (…) dit is gewoon een hulpje”.(…)
Maar nu zit er zo’n jongen ook (…) dat is gewoon een jongetje die…die heeft alleen maar geholpen”. [14]
Die euh…bij ons… en die zit volgens mij euh hier op het luchtplein. We zitten in dezelfde afdeling (…) Ja, ik heb dingen tegen hem verklaard van euh..(…) dat hij er aanwezig was en euh…”. [15]
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) jaren;
mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.R. Lageveen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2019.