De rechtbank Overijssel behandelde op 17 december 2019 een verzoek van een stiefvader en de biologische moeder tot gezamenlijk gezag over twee minderjarige kinderen en een achternaamswijziging. De kinderen hebben zowel de Nederlandse als Italiaanse nationaliteit, waarbij de vader de kinderen erkende onder Italiaans recht. De primaire adoptieverzoek van de stiefvader werd ingetrokken, waarna het verzoek tot gezamenlijk gezag en achternaamswijziging centraal stond.
De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van Brussel II bis en dat Nederlands recht van toepassing is volgens het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De kernvraag was wie op het moment van erkenning in 2011 het gezag over de kinderen had. Hoewel moeder en stiefvader uitgingen van eenhoofdig gezag van moeder, erkende de rechtbank dat op grond van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1961 en Italiaans recht de vader mede gezag had, omdat hij de kinderen erkende en met moeder samenwoonde.
De rechtbank concludeerde dat zonder dat partijen zich hiervan bewust waren, vader en moeder gezamenlijk gezag hadden. Gezien de feitelijke situatie en het ontbreken van bezwaar van de vader, werd het verzoek tot gezamenlijk gezag en achternaamswijziging aangehouden om partijen de gelegenheid te geven zich nader uit te laten. De beslissing werd aangehouden tot 15 januari 2020, waarna verdere stappen kunnen worden genomen.