Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats],
Rechtbank Overijssel
ING Bank vorderde betaling op grond van twee kredietovereenkomsten met [gedaagde]: een Studentenkrediet en een rood staan studenten overeenkomst. De kantonrechter toetste ambtshalve de consumentrechtelijke vereisten voor opeising van het krediet.
Voor de rood staan studenten overeenkomst ontbrak een overeengekomen opeisingsbeding, omdat ING Bank de algemene voorwaarden niet had overgelegd. Hierdoor kon dit deel van de vordering niet worden toegewezen.
Voor het Studentenkrediet was wel een geldig opeisingsbeding overeengekomen. De kantonrechter beoordeelde echter dat de brief van 22 augustus 2008, door ING Bank aangeduid als ingebrekestelling, feitelijk een opeisingsbrief was en niet voldeed aan de eisen voor een rechtsgeldige ingebrekestelling voorafgaand aan opeising.
Omdat de vereiste ingebrekestelling ontbrak, was ook deze vordering niet rechtsgeldig opgeëist. De rechtbank wees daarom de gehele vordering af en veroordeelde ING Bank tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De vordering van ING Bank wordt afgewezen wegens ontbreken van een rechtsgeldige ingebrekestelling en opeisingsbeding.