Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
of omstreeks9 april 2017 te Haaksbergen in de gemeente Haaksbergen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting Enschede en
/ofgaande in de richting Eibergen, daarmede rijdende over de weg, de Enschedesestraat (N18),
en/of onachtzaamheeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, in strijd met het gestelde in artikel 19 van Pro het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig(personenauto) zodanig heeft geregeld, dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (personenauto) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg (de Enschedesestraat(N18)) kon overzien en waarover deze vrij was en
/of
mateheeft gekeken en
/ofis blijven kijken op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Enschedesestraat (N18)) en
/ofde aldaar in zijn, verdachte rijrichting rood uitstralende verkeerslichten en
/of
/of
en overgereden en
/of
/of
/ofde bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die fietsster ten val is gekomen,
of zodanig lichamelijk letselwerd toegebracht
, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht.
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt, dat de verdachte de geldboete mag voldoen in opeenvolgende termijnen van 15 (vijftien) maanden van € 100,-, telkens uiterlijk te voldoen op de dag, waarop de betaling volgens mededeling van het openbaar ministerie behoort te zijn gedaan;