De rechtbank Overijssel heeft op 12 februari 2019 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 31-jarige vrouw die werd verdacht van het handelen in harddrugs in vereniging. Het onderzoek vond plaats tijdens zittingen op 6 december 2018 en 29 januari 2019. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, terwijl de verdediging een straf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk bepleitte.
De tenlastelegging betrof handel in cocaïne, speed en XTC in de periode van 1 maart 2017 tot en met 22 augustus 2018. De rechtbank achtte op grond van getuigenverklaringen en andere bewijsmiddelen bewezen dat verdachte vanaf 1 augustus 2017 tot haar aanhouding op 22 augustus 2018 drugs heeft gedeald, medeplegend met anderen. Voor de periode vóór 1 augustus 2017 werd zij vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit van medeplegen van handel in harddrugs. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de aard en ernst van de feiten, de schadelijke effecten van de drugs, de aanwezigheid van drugs in een woning met minderjarige kinderen en het advies van de reclassering. De opgelegde straf is 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden gericht op gedragsverandering. Daarnaast werd een inbeslaggenomen auto verbeurd verklaard.