Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. J.M. Mul en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. A.M. de Koning, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
€ 5.940.000,00 van haar rekening naar de rekening van [bedrijf 5] BV heeft overgemaakt, terwijl [bedrijf 2] op 7 april 2011 failliet is verklaard, en dat verdachte daar al dan niet met anderen feitelijk leiding aan heeft gegeven.
€ 5.940.000,00 heeft plaatsgevonden op 3 juni 2010. Op 7 april 2011 is [bedrijf 2] in staat van faillissement verklaard. De overboeking van het geld heeft dus tien maanden vóór het faillissement plaatsgevonden.
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.