Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
[gedaagde 2]
Rechtbank Overijssel
ILG Food Group B.V. vordert in kort geding dat gedaagde, een franchisenemer, de franchiseovereenkomst nakomt tot 1 december 2019. Gedaagde stelt dat de overeenkomst rechtsgeldig is opgezegd per 1 juli 2019 vanwege beëindiging van de huurovereenkomst en gewijzigde omstandigheden.
Partijen hebben een langdurige handelsrelatie waarbij gedaagde de inkoop via ILG verrichtte. Door beëindiging van de huurovereenkomst en het feit dat ILG zelf de winkelruimte per 1 december 2019 gaat huren, is de samenwerking gespannen geraakt. Gedaagde weigert voortzetting onder de nieuwe, zwaardere franchisevoorwaarden en is overgestapt op eigen inkoop.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de opzegging per 1 juli 2019 te abrupt is en onredelijk jegens ILG, die onvoldoende tijd heeft gehad om op de situatie te anticiperen. Daarom wordt de opzegging geacht te gelden per 1 oktober 2019. Gedaagde wordt verplicht tot nakoming van de afnameverplichting tot die datum, met een dwangsom bij niet-nakoming. Andere vorderingen, zoals een verbod op eigen activiteiten, worden afgewezen omdat geen anti-concurrentiebeding bestaat.
Uitkomst: De opzegging van de franchiseovereenkomst per 1 juli 2019 is onredelijk en gedaagde wordt verplicht tot nakoming van de afnameverplichting tot 1 oktober 2019 met een beperkte dwangsom.