Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
2.De feiten
spoedeisendprocesbelang resteert bij het treffen van een voorlopige voorziening ten aanzien van de lastgeving.”
Rechtbank Overijssel
Verzoekster exploiteert sinds januari 2017 een cateringbedrijf in een gehuurde loods en heeft meerdere bestuursrechtelijke procedures gevoerd tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente vanwege geweigerde omgevingsvergunningen en last onder dwangsom.
Op 16 juli 2019 deed mr. Van Lochem zonder afwachten van een reactie op faxberichten en zonder geplande zitting uitspraak, die zij op 17 juli deels vervallen verklaarde na een telefoontje van de advocaat van de gemeente, terwijl er al hoger beroep was ingesteld. Verzoekster vreesde hierdoor partijdigheid en diende een wrakingsverzoek in.
De wrakingskamer erkent dat de procedure onzorgvuldig verliep en dat verzoekster benadeeld werd door het handelen van mr. Van Lochem. Echter, er is geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid of partijdigheid. Bovendien zal een andere rechter de beroepen behandelen, waardoor het wrakingsverzoek geen belang heeft.
De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking af en benadrukt dat een wrakingsverzoek niet kan worden gebruikt om toekomstige zaken van een rechter te verhinderen. Een verzoek om schadevergoeding kan niet via de wrakingsprocedure worden beoordeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van Lochem wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.