Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] eiser, en
het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eisers ontvingen vanaf 2006 een bijstandsuitkering en werden onderzocht wegens vermoedens van onjuiste informatieverstrekking over hun recht op bijstand. Verweerder stelde vast dat eisers gedurende 20 maanden middelen boven de bijstandsnorm hadden zonder dit te melden. Hierdoor werd een boete opgelegd op grond van artikel 18a van de Participatiewet.
Eisers voerden aan dat de verklaringen onjuist waren weergegeven en dat de bewindvoerder betrokken had moeten worden. Zij betwistten dat er sprake was van grove schuld. De rechtbank bevestigde dat de inlichtingenplicht was geschonden en dat eisers verwijtbaar handelden, maar vond geen bewijs voor grove schuld. De boete werd daarom gematigd tot 50% van het benadelingsbedrag.
De rechtbank paste artikel 6:22 Awb Pro toe om het gebrek in het besluit te passeren, omdat eisers niet benadeeld werden door de foutieve aanname van grove schuld. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete van €2.300 blijft gehandhaafd wegens gewone verwijtbaarheid, zonder bewijs van grove schuld.