Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
GEMEENTE RAALTE,
gevestigd en kantoorhoudende te Raalte,
1.[gedaagde 1] , wonende te [woonplaats 1] ,
SALLANDSE METAALHANDEL B.V., gevestigd en kantoorhoudende te Raalte,
[gedaagde 2], wonende te [woonplaats 2] ,
Rechtbank Overijssel
De gemeente Raalte had een huurovereenkomst van een perceel grond met twee broers, erfgenamen van de oorspronkelijke huurder, voor het exploiteren van een metaalhandel. De overeenkomst was aangegaan in 1986 voor drie maanden en werd telkens stilzwijgend verlengd. De gemeente zegde de huurovereenkomst op in 2017 en 2019, waarbij de broers niet tijdig ontruimden.
De kantonrechter oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was en dat de huurovereenkomst per respectievelijk 1 maart 2018 en 1 juni 2019 was geëindigd. De broers moesten het perceel ontruimen binnen drie maanden na betekening van het vonnis, uiterlijk 30 november 2019. Indien zij tijdig ontruimden, hadden zij recht op een tegemoetkoming van 20.000 euro. De broers werden tevens veroordeeld tot betaling van achterstallige huur en gebruiksvergoeding.
De vordering van de gemeente tegen de B.V. werd afgewezen omdat deze geen partij was bij de huurovereenkomst. De vordering van de broers tot vergoeding wegens onrechtmatig handelen van de gemeente werd afgewezen. De kantonrechter wees de machtiging tot zelfontruiming en de dwangsom af. De kosten van de procedure werden deels gecompenseerd.
Uitkomst: De huurovereenkomst is rechtsgeldig geëindigd, de broers moeten het perceel uiterlijk 30 november 2019 ontruimen en krijgen een tegemoetkoming van €20.000 bij tijdige ontruiming.