Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
“Je gaat er aan, ik maak je dood”. [slachtoffer 3] heeft verklaard dat zij bang en angstig werd van de bedreiging, omdat zij verdachte in staat acht zijn uitspraak waar te maken. De partner van [slachtoffer 3] , [getuige 2] (hierna: [getuige 2] ) was aanwezig bij de bedreiging. Hij heeft verklaard dat verdachte [slachtoffer 3] met doordringende ogen aankeek en tegen [slachtoffer 3] zei:
“Ik maak je af, ik maak je kapot”. [11] Hij heeft begrepen dat de bedreiging heeft plaatsgevonden op 12 maart 2018.
“dat jij zo vies dikke tering koppie hebt wat zal jij zweten jonge vieze bout gezicht”en over [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ): “
jij moet [naam 1] zijn kont gat likken alle maal vieze uitgeteerde pannekoek”.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
belaging
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
eenvoudige belediging
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
belaging
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
eenvoudige belediging
gevangenisstrafvoor de duur van
6(
zes) maanden;
in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:
[slachtoffer 1](feit 1) van een bedrag van
€ 502,24(vijfhonderdentwee euro en vierentwintig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2019.
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 502,24,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 januari 2019, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;