Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
gemeente Hellendoorn, te Nijverdal.
Rechtbank Overijssel
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om openbaarmaking van documenten over de meerkosten van de verdiepte variant van een kruising. Verweerder maakte een deel van de documenten openbaar, maar weigerde passages uit een e-mail van een wethouder openbaar te maken op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob, omdat deze e-mail persoonlijke beleidsopvattingen bevat en is opgesteld ten behoeve van intern beraad.
Eiser betwistte dat de e-mail vertrouwelijk was en stelde dat de inhoud openbaar gemaakt kon worden, mede omdat andere gemeenten en de gemeenteraad geen bezwaar hadden. De rechtbank oordeelde dat de e-mail wel degelijk is opgesteld voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevat. De e-mail was gericht aan ambtenaren van overheidsorganisaties en niet aan externe adviseurs, waardoor het interne karakter behouden blijft.
De rechtbank stelde vast dat de persoonlijke beleidsopvattingen niet gescheiden kunnen worden van feitelijke gegevens in de e-mail. Omdat de wethouder geen toestemming gaf voor openbaarmaking in niet tot personen herleidbare vorm, kon de passage niet worden vrijgegeven. Ook was de e-mail geen milieu-informatie, zodat een belangenafweging op grond van artikel 11, vierde lid, Wob niet aan de orde was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door rechter W.J.B. Cornelissen op 11 juni 2019.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot openbaarmaking van de e-mail is ongegrond verklaard.