ECLI:NL:RBOVE:2019:1960
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens niet voldoen aan mestverwerkingsplicht melkveebedrijf
Eiseres exploiteert een melkveebedrijf en heeft een Regionale Mestafzetovereenkomst (RMO) gesloten met een akkerbouwbedrijf om het mestoverschot af te voeren. Verweerder legde een bestuurlijke boete op omdat eiseres niet het volledige mestoverschot via de RMO had verwerkt, wat in strijd is met artikel 21 van Pro de Meststoffenwet.
De rechtbank stelt vast dat het mestoverschot in 2015 2.185 kg fosfaat bedroeg, terwijl slechts 1.359 kg fosfaat via de RMO werd verwerkt. Dit leidt tot een boete van €15.137,10, inclusief een matiging van 10% vanwege tijdsverloop. Eiseres voerde aan dat de groei van het bedrijf sneller was dan verwacht en dat het hogere stikstofgehalte in het voer de berekeningen beïnvloedde, maar dit werd niet als voldoende reden voor vermindering van verwijtbaarheid geaccepteerd.
De rechtbank benadrukt dat de groei van de veestapel binnen de invloedssfeer van eiseres ligt en dat zij maatregelen had kunnen nemen om het mestoverschot te beperken. Ook het argument dat het melkveebedrijf en het akkerbouwbedrijf als één bedrijf beschouwd zouden moeten worden, werd verworpen omdat het om twee afzonderlijke bedrijven gaat.
Gelet op het wettelijke kader en de feiten acht de rechtbank de opgelegde boete terecht en ziet geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens niet voldoen aan de mestverwerkingsplicht wordt ongegrond verklaard.