ECLI:NL:RBOVE:2019:1833
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens hennepkwekerij
Verzoeker, huurder van een appartement in een portiekflat te Deventer, werd geconfronteerd met een last onder bestuursdwang tot sluiting van zijn woning voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van een hennepkwekerij met 209 planten en bijbehorende apparatuur.
De politie constateerde manipulatie van de elektriciteitsinstallatie, wat een verhoogd brandgevaar opleverde. Verzoeker betwistte de bevoegdheid van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet en voerde aan dat het kweken van hennep alleen geen sluitingsgrond is en dat verweerder verwees naar een niet-actuele wetsversie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 13b van de Opiumwet wel degelijk van toepassing is bij een hennepkwekerij van deze omvang, waarbij de hennep bestemd is voor verkoop. De verwijzing naar de oude wetsversie kan worden hersteld in bezwaar. De burgemeester mocht afwijken van het uitgangspunt van een waarschuwing vanwege de ernstige gevaarzetting door de gemanipuleerde elektriciteit en de woonomgeving.
Verzoekers argumenten over disproportionele gevolgen en persoonlijke omstandigheden werden onvoldoende onderbouwd geacht. De rechter vond dat de sluiting een passend middel was om de openbare orde te herstellen en herhaling te voorkomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wegens hennepkwekerij wordt afgewezen.