ECLI:NL:RBOVE:2019:1724

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
16 april 2019
Publicatiedatum
22 mei 2019
Zaaknummer
7271999 \ CV EXPL 18-3469
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijk verklaring eiser wegens afstand van rechten na ondertekening Dexia aanbod

Eiser heeft twee effectenleaseovereenkomsten met Dexia gesloten en vordert vernietiging van deze overeenkomsten op grond van bedrog en dwaling, alsmede schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen van Dexia.

Dexia voert verweer door te stellen dat eiser het Dexia aanbod begin 2003 heeft getekend, waarmee hij afstand heeft gedaan van zijn rechten en gebonden is aan de vaststellingsovereenkomst. Eiser betwist deze stelling niet in zijn repliek.

De kantonrechter oordeelt dat eiser daarom niet ontvankelijk is in zijn vorderingen en komt niet toe aan inhoudelijke behandeling van de zaak. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Eiser wordt niet ontvankelijk verklaard wegens afstand van rechten na ondertekening van het Dexia aanbod.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 7271999 \ CV EXPL 18-3469
Vonnis van 16 april 2019
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,
gemachtigde: mr. N. Boerman-Bove ,
tegen
de besloten vennootschap
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde partij, hierna te noemen Dexia,
gemachtigde: USG Legal Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 juli 2018 namens 8 eisende partijen, waar onder [eiser] ;
- de beschikking d.d. 11 oktober 2018 waarbij de procedure is gesplitst in 8 afzonderlijke procedures;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten en het geschil

2.1.
Tussen partijen staat vast dat [eiser] met (de rechtsvoorgangster van) Dexia
een tweetal effectenleaseovereenkomsten genaamd Profit Effect heeft gesloten d.d. 2 oktober 2001 (contractnummers [1] en [2] ).
2.2.
[eiser] vordert op de diverse gronden als vermeld in de dagvaarding, kort weergegeven:
Primair: voor recht te verklaren dat de overeenkomsten op grond van bedrog vernietigd zijn;
Subsidiair: voor recht te verklaren dat de overeenkomsten op grond van dwaling vernietigd zijn;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia schadeplichtig is wegens de aanzienlijke tekortkomingen in diens nakoming van de overeenkomsten;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia heeft gehandeld in strijd met het recht alsmede in strijd met de redelijkheid en billijkheid danwel in strijd met het maatschappelijk verkeer, alsmede wanprestatie heeft gepleegd;
Meer subsidiair: voor recht te verklaren dat Dexia jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en dat Dexia om deze reden schadeplichtig is wegens schending van de bijzondere zorgplicht en schending van artikel 25 NR Pro dan wel artikel 41 NR Pro 1999.
Voorts dient Dexia in verband hiermee veroordeeld te worden tot (terug)betaling van een bedrag van € 9.943,85 aan [eiser] , op grond van schadevergoeding/onverschuldigde betaling.
2.3.
Dexia heeft hierop een conclusie van antwoord genomen, strekkende tot niet ontvankelijk verklaring van [eiser] in zijn vorderingen. [eiser] heeft begin 2003 het Dexia- aanbod getekend (productie 5 conclusie van antwoord) en daarmee afstand gedaan van zijn rechten. [eiser] kan niet ontkennen dat hij al op de hoogte is van de bindende kracht van deze vaststellingsovereenkomst. Zo heeft hij in december 2012 nog een brief gestuurd aan Dexia betreffende schadevergoeding conform het Hofmodel. Dexia heeft [eiser] er toen op gewezen dat hij reeds gebonden was aan het Dexia Aanbod (productie 6 conclusie van antwoord).

3.Beoordeling

[eiser] heeft deze stellingen van Dexia in zijn conclusie van repliek niet betwist. De conclusie van repliek gaat slechts nader in op de vorderingen van [eiser] en de gronden daarvan.
De kantonrechter is gelet op de acceptatie van [eiser] van het Dexia Aanbod en de daarin staande bepalingen over afstand van recht met Dexia van oordeel dat [eiser] niet ontvankelijk moet worden verklaard. [eiser] is aan het Dexia Aanbod gebonden. Aan een inhoudelijke behandeling komt de kantonrechter daarom niet toe.

4.De beslissing

De kantonrechter
Verklaart [eiser] niet ontvankelijk in zijn vorderingen.
Veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Dexia begroot op
€ 400,00 gemachtigdesalaris.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2019.