ECLI:NL:RBOVE:2019:1447
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valsheid in geschrifte fosfaatfraude
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 39-jarige man die werd verdacht van opdracht geven tot en/of feitelijke leiding geven aan fosfaatfraude gepleegd door een vennootschap onder firma. De tenlastelegging betrof vijf feiten van valsheid in geschrifte, waarbij valse grondgebruikersverklaringen en gecombineerde opgaven waren ingediend.
Tijdens de openbare terechtzittingen op 5 en 11 april 2019 heeft de rechtbank kennisgenomen van de standpunten van de officier van justitie en de verdediging. De officier van justitie eiste bewezenverklaring van alle feiten, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De rechtbank stelde vast dat de vennootschap onder firma, die de strafbare gedragingen zou hebben gepleegd, bij vonnis van dezelfde dag van alle strafbare feiten werd vrijgesproken. Hierdoor kon verdachte niet worden aangemerkt als opdrachtgever of feitelijke leidinggever van strafbare gedragingen die niet bewezen waren.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Dit vonnis werd op 25 april 2019 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Zwolle.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van valsheid in geschrifte.