ECLI:NL:RBOVE:2019:1349
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek wegens geen overtreding van artikel 7.22 Bouwbesluit bij houtkacheloverlast
Eiser verzocht het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland om handhavend op te treden tegen de overlast van een houtkachel op het perceel van derde partij. Het college wees dit verzoek af, omdat controles door toezichthouders geen overtreding van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 hadden aangetoond.
Eiser stelde dat het onderzoek te beperkt was en dat ook andere regelgeving niet was onderzocht. De rechtbank stelt echter vast dat het handhavingsverzoek niet uitgebreid kan worden naar andere vormen van overlast dan genoemd in artikel 7.22. De toetsing is daarom beperkt tot de vraag of sprake is van een overtreding van dit artikel.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat artikel 7.22 een restbepaling is die alleen kan worden toegepast indien meer specifieke bepalingen geen soelaas bieden. De rechtbank acht het standpunt van verweerder, gebaseerd op toezichthoudercontroles, voldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding om anders te oordelen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid om civielrechtelijke stappen te ondernemen indien sprake is van onrechtmatige hinder.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet handhavend op te treden tegen de houtkacheloverlast wordt ongegrond verklaard.