Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[eiser 1] ,
[eiser 2],
1.De procedure
- de dagvaarding van 11 april 2019;
- de mondelinge behandeling gehouden op 12 april 2019, waarbij [eiser 1] c.s. zijn
Rechtbank Overijssel
De wettige kinderen van de overleden heer A vorderden bij de rechtbank Overijssel dat zij gedurende één uur, zonder aanwezigheid van derden, afscheid mochten nemen van hun vader die op 10 april 2019 overleed. De vader lag opgebaard in een uitvaartcentrum in Almelo en de condoleance en uitvaart stonden gepland op respectievelijk 14 en 15 april 2019.
De levenspartner van de overledene, verweerster, weigerde toestemming te geven voor het afscheid nemen door de kinderen vanwege langdurig geen contact en de wens van de overledene om geen contact met hen te hebben. Deze wens was echter niet vastgelegd in testament of codicil. De kinderen wilden alleen persoonlijk afscheid nemen, zonder anderen, vanwege de verstoorde verhoudingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het recht op family life, gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro, het belang van de kinderen om afscheid te nemen zwaarder woog dan de wens van de overledene die niet schriftelijk was vastgelegd. Daarom werd de vordering toegewezen voor een uur op 13 april 2019, zonder aanwezigheid van derden. Een dwangsom van €5.000 werd verbonden aan de hoofdveroordeling om naleving te stimuleren. De machtiging om met behulp van de sterke arm het afscheid te realiseren werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De kinderen mogen een uur zonder derden afscheid nemen van hun overleden vader op 13 april 2019, met een dwangsom van €5.000 bij niet-naleving.