ECLI:NL:RBOVE:2018:992
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens overtredingen Meststoffenwet bevestigd door rechtbank Overijssel
Eiseres, een vervoerder van dierlijke meststoffen, kreeg zeven bestuurlijke boetes opgelegd wegens het niet correct vastleggen van vervoersgegevens, het niet naar waarheid opmaken van vervoersbewijzen en het niet juist melden van transporten. Deze boetes betroffen overtredingen van de Meststoffenwet, het Uitvoeringsbesluit en de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot het opleggen van de boetes terecht bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit lag, als rechtsopvolger van de minister van Economische Zaken. Het bewijs van de overtredingen was gebaseerd op een rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en verklaringen van toezichthouders. De rechtbank verwierp de stelling van eiseres dat de laadlocaties nagenoeg identiek waren en dat er sprake was van onwerkbare wetgeving.
Verder oordeelde de rechtbank dat eiseres geen sprake was van verminderde of ontbrekende verwijtbaarheid en dat de boetes proportioneel waren. Ook werd geoordeeld dat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar zienswijze te geven en dat er geen sprake was van dubbele beboeting. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de opgelegde bestuurlijke boetes wordt ongegrond verklaard.