Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding met 8 producties
- het faxberichten van de man van 4 en 5 december 2017 met in totaal 3 producties
- de mondelinge behandeling
- de brief van de vrouw van 12 februari 2018 (met bijlagen).
Rechtbank Overijssel
Partijen, voormalige partners met minderjarige kinderen, zijn gezamenlijk eigenaar van een woning met een hypotheek die hoger is dan de marktwaarde. De vrouw verliet de woning en vordert in kort geding dat de woning wordt verkocht via een makelaar, omdat zij financieel wordt benaderd voor de hypotheeklasten. De man woont in de woning en stelt dat hij de hypotheeklasten betaalt en de woning wil overnemen.
De rechtbank stelt vast dat de woning is getaxeerd op €110.000, terwijl de hypotheek €139.000 bedraagt, wat een restschuld van circa €29.000 oplevert. Gezien de financiële situatie van de vrouw, die onder schuldhulpverlening staat, acht de rechter verkoop niet in haar belang. De man heeft belang bij het blijven bewonen van de woning en heeft verklaard de woning te willen overnemen, maar heeft dit niet met stukken onderbouwd.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen tot verkoop af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang. Wel wordt de man veroordeeld om inspanningen te verrichten om de woning met hypotheek over te nemen, met periodieke verificatie aan de vrouw. De vordering tot teruggave van een gele crossmotor wordt afgewezen wegens onduidelijkheid over eigendom en gebrek aan spoedeisendheid. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vordering tot verkoop van de woning wordt afgewezen; de man wordt veroordeeld tot medewerking aan overname woning met hypotheek.