ECLI:NL:RBOVE:2018:862
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontucht met minderjarige dochter
De rechtbank Overijssel behandelde een zaak waarin een 40-jarige man werd verdacht van ontucht met zijn minderjarige dochter in de periode van 2010 tot 2014. De tenlastelegging betrof onder meer seksueel binnendringen en ontuchtige handelingen. De officier van justitie vorderde een veroordeling, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onbetrouwbare verklaringen van het slachtoffer.
Tijdens de terechtzitting op 6 maart 2018 werd vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en de rechtbank bevoegd en ontvankelijk in de zaak. De rechtbank overwoog dat zedenzaken vaak alleen getuigenissen van slachtoffer en verdachte kennen, en dat volgens artikel 342 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op één getuige mag berusten. De verklaringen van het slachtoffer waren algemeen, niet gedetailleerd en er was geen ondersteunend getuigenbewijs.
Gezien de stellige ontkenning van verdachte en het ontbreken van voldoende ondersteunend bewijs, achtte de rechtbank het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Daarom sprak zij verdachte vrij. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, die zij alleen bij de burgerlijke rechter kan indienen.
Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel te Almelo op 20 maart 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontucht met zijn minderjarige dochter.