Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling.
Rechtbank Overijssel
De gemeente is eigenaar van een pand waarop de gedaagde zonder toestemming een caravan heeft geplaatst en het pand in gebruik heeft genomen. De gemeente heeft met een derde partij een bruikleenovereenkomst met intentie tot koop gesloten voor het pand, dat onderdeel uitmaakt van een herontwikkelingsproject. De gedaagde weigert vrijwillig het pand te verlaten.
De inspectie van het pand toonde ernstige gebreken en gevaarlijke situaties, waaronder een gemanipuleerde elektriciteitsinstallatie en het ontbreken van gas- en watervoorzieningen. De rechtbank oordeelt dat de gedaagde onrechtmatig handelt door het pand zonder recht te gebruiken, wat een inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente vormt.
De rechtbank weegt het spoedeisend belang van de gemeente, die het pand nodig heeft voor de herontwikkeling en verkoop, zwaarder dan het belang van de gedaagde bij voortgezet gebruik. Er is geen reëel risico op ongerechtvaardigde leegstand na ontruiming. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van vier weken, zodat de gedaagde tijd heeft om alternatieve woonruimte te vinden.
De gevorderde machtiging voor ontruiming met inzet van politie wordt afgewezen als overbodig. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het pand binnen vier weken.