ECLI:NL:RBOVE:2018:601
Rechtbank Overijssel
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking rechter bij bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker heeft bij de bestuursrechter beroep ingesteld tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Enschede en een voorlopige voorziening gevraagd, welke verzoeken ongegrond werden verklaard. Tijdens de behandeling van het verzet tegen de voorlopige voorziening heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. W.F. Bijloo, de rechter die de zaak behandelde.
Verzoeker stelde dat mr. Bijloo sturend zou hebben opgetreden tijdens de zitting en onder meer zou hebben gezegd: “ik bepaal wat hier gebeurt”. De wrakingskamer heeft dit verzoek zorgvuldig onderzocht, waarbij de rechter niet inhoudelijk op het verzoek heeft gereageerd.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechter geacht wordt onpartijdig te zijn tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen. De aangevoerde gedragingen van mr. Bijloo, zoals het houden van regie op de zitting en het bespreken van de inhoud van een eerdere uitspraak, zijn volgens de kamer onvoldoende om vooringenomenheid aan te nemen.
De kamer concludeert dat er geen concrete feiten of omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing voor partijdigheid vormen. Het verzoek tot wraking wordt daarom afgewezen. De beslissing is openbaar uitgesproken op 21 februari 2018 en hiertegen staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van mr. W.F. Bijloo wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete feiten die vooringenomenheid aantonen.