Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
- het proces-verbaal van de terechtzitting van 8 februari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv);
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 20 juni 2017, pagina’s 23 tot en met 29;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 14 juni 2017, pagina’s 54 tot en met 58;
- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 27 juni 2017, pagina’s 83 tot en met 86.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
feiten 1, 2 en 3 primair: telkens het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
straf
taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van
120 (honderdtwintig) uren,indien niet naar behoren verricht te vervangen door
60 (zestig) dagen jeugddetentie;
80 (tachtig) uren subsidiair 40 (veertig) dagen jeugddetentie niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de
proeftijd van 3 (drie) jarende navolgende voorwaarden niet is nagekomen:
algemene voorwaardendat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde onder 3 primair en tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 150,00,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;