ECLI:NL:RBOVE:2018:5168
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.E. Schaap
- F. van der Maden
- T.J. Thurlings
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor productie van harddrugs
Verdachte werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van de productie van harddrugs, waaronder MDMA, amfetamine en 2-CB, door het voorhanden hebben van diverse machines, stoffen en andere middelen. De tenlastelegging betrof de periode van november 2011 tot februari 2014, waarbij verdachte onder meer in een loods en zijn woning in Zwolle werd verdacht.
Tijdens de terechtzittingen en het onderzoek gaf verdachte verklaringen over het bezit en gebruik van de aangetroffen goederen. Hij stelde dat zijn eenmanszaak handelde in de in- en verkoop van tabletteermachines en dat de overige goederen, zoals capsules en stempels, onderdeel waren van de normale bedrijfsvoering. De geringe hoeveelheden drugs die werden aangetroffen, zoals MDMA en amfetamine, zouden restanten kunnen zijn van tweedehands machines.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende concrete feiten bevat om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de middelen bestemd waren voor de productie van harddrugs en dat verdachte daarvan op de hoogte was. De verklaringen van verdachte werden niet zonder meer uitgesloten, en het verband tussen de middelen en drugproductie kon niet worden vastgesteld.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. Tevens werd gelast tot teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen die niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat de aangetroffen middelen bestemd waren voor de productie van harddrugs.