ECLI:NL:RBOVE:2018:5073
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en verjaring van alimentatieverplichtingen na hertrouwen en meerderjarigheid kind
Partijen waren gehuwd en hebben een kind geboren in 1980. De man was op grond van een beschikking uit 1998 verplicht alimentatie te betalen aan de vrouw en voor de verzorging en opvoeding van het minderjarige kind.
De vrouw trad in 2003 opnieuw in het huwelijk, waarna de man stelde dat zijn alimentatieplicht jegens haar is geëindigd en dat de vordering verjaard is. Tevens vorderde hij een verklaring voor recht dat de alimentatieplicht jegens het kind is geëindigd bij diens meerderjarigheid in 2001. De vrouw voerde verweer en stelde dat er een lopende procedure in Turkije was over de tenuitvoerlegging van de alimentatiebeschikking.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd was ondanks de lopende Turkse procedure en dat Nederlands recht van toepassing is. De alimentatieplicht jegens de vrouw eindigde van rechtswege bij haar hertrouwen in 2003, ongeacht de door haar aangevoerde bijzondere omstandigheden. De vordering over de periode tot 2003 is verjaard. Voor de kinderalimentatie geldt dat de vrouw slechts bevoegd was op te treden tot de meerderjarigheid van het kind in 1998; daarna moet het kind zelf procederen. De rechtbank wees de overige verzoeken af en bepaalde dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart dat de alimentatieplicht jegens de vrouw is geëindigd per 2003 en dat de vordering over de periode tot 2003 is verjaard; tevens is de kinderalimentatievordering tot meerderjarigheid verjaard.