ECLI:NL:RBOVE:2018:5068
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord wegens onvoldoende afloscapaciteit
Verzoeker heeft een dwangakkoord aangeboden aan schuldeisers, gebaseerd op een prognose van zijn afloscapaciteit uit een arbeidsongeschiktheidsuitkering. De totale schuldenlast bedroeg circa €163.874, waarvan verweerster een vordering van ruim €60.000 had en het akkoord slechts 8,71% van haar vordering zou uitkeren.
Verweerster betwistte de beperkte afloscapaciteit van verzoeker en stelde dat verzoeker naast zijn uitkering ook andere geldwaarde activiteiten ontplooit, zoals werkzaamheden als commercieel directeur van een BV, importeurschap en management in de motorsport, die verzoeker in zijn verzoekschrift niet vermeldde. Verweerster meende dat verzoeker meer financiële ruimte heeft dan hij aangeeft.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende heeft aangetoond dat het aangeboden percentage het uiterste is wat hij kan bieden. De verklaringen van verzoeker over zijn activiteiten en inkomsten werden niet aannemelijk geacht, mede omdat hij geen inzage gaf in de financiële administratie van zijn onderneming en tegenstrijdige verklaringen gaf.
Daarom kon verweerster in redelijkheid weigeren in te stemmen met het akkoord. Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord werd afgewezen. Een apart vonnis zal volgen over het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt afgewezen omdat het aangeboden percentage niet het uiterste is waartoe verzoeker financieel in staat moet worden geacht.