ECLI:NL:RBOVE:2018:5049
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-kenbaarheid en nieuwe schuld
Schuldenaar diende op 26 juli 2017 een verzoek in tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar werd aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet aanleveren van gevraagde stukken. Het gerechtshof vernietigde dit vonnis en verklaarde de regeling alsnog van toepassing met toepassing van de hardheidsclausule.
De bewindvoerder verzocht op 26 juli 2018 om tussentijdse beëindiging van de regeling, omdat schuldenaar samen met een vriend in maart 2017 was opgepakt wegens een wietplantage, een feit dat niet was gemeld bij de toelating. Daarnaast ontstond tijdens de regeling een nieuwe schuld door een veroordeling tot betaling aan de Staat.
De rechtbank oordeelde dat deze feiten en omstandigheden ten tijde van de toelating reeds bestonden en reden hadden moeten zijn voor afwijzing van het verzoek. De nieuwe schuld kan niet binnen de regeling worden afgelost. Daarom wordt de regeling tussentijds beëindigd en komt schuldenaar in staat van faillissement zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds en verklaart schuldenaar in staat van faillissement.