Eiseres, een mestdistributie- en transportbedrijf, kreeg een bestuurlijke boete van €41.000 opgelegd wegens het ontbreken van digitale gegevensbestanden (C- en M-bestanden) die de naleving van de Arbeidstijdenwet moeten waarborgen. De overtredingen betroffen 82 gevallen waarbij geen deugdelijke administratie werd gevoerd, wat de toezichthouder constateerde tijdens een controle in augustus 2016.
Eiseres betwistte de boete onder meer vanwege vermeende procedurele fouten, de hoogte van de boete en de periode waarin de overtredingen zouden hebben plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd, dat de Beleidsregel 2016 correct werd toegepast en dat de boete passend was gemaximeerd. De stelling dat slechts één overtreding was begaan werd verworpen op grond van de wettelijke bepalingen die overtredingen per persoon en dag onderscheiden.
De rechtbank overwoog verder dat de overschrijding van de beslistermijn geen reden gaf tot matiging van de boete en dat de redelijke termijn voor de procedure niet was overschreden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd.