ECLI:NL:RBOVE:2018:4935
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot beneficiaire aanvaarding nalatenschap wegens onbekende schuld aan woningbouwvereniging
De zaak betreft een verzoek van twee zusters, erfgenamen van hun overleden broer, om de nalatenschap beneficiair te mogen aanvaarden. Erflater huurde een woning van woningbouwvereniging Viverion, waarin hij aangebouwde zaken zoals een volière en een schuur had geplaatst. Na zijn overlijden stelde Viverion dat deze aangebouwde zaken verwijderd moesten worden, wat aanzienlijke kosten met zich meebrengt.
De erfgenamen waren niet bekend met deze schuld en beriepen zich op artikel 4:194a BW, dat hen toestaat alsnog beneficiair te aanvaarden indien zij binnen drie maanden na ontdekking van een onbekende schuld dit verzoek indienen. Viverion betoogde dat bij het toestaan van bouwsels meestal ook een verwijderingsplicht wordt opgelegd, maar kon dit niet concreet aantonen.
De kantonrechter oordeelde dat de erfgenamen terecht konden stellen dat zij de schuld niet kenden en ook niet behoorden te kennen, mede omdat er geen bewijs was dat er destijds bij het overnemen van de huur in 1996 afspraken over verwijdering zijn gemaakt. Het verzoek werd daarom toegewezen, waardoor de erfgenamen niet persoonlijk aansprakelijk zijn voor de kosten en de nalatenschap beneficiair kunnen aanvaarden.
Uitkomst: De erfgenamen krijgen toestemming om de nalatenschap beneficiair te aanvaarden vanwege een onbekende schuld aan woningbouwvereniging Viverion.