Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [plaats] ,
Rechtbank Overijssel
De huurder [A] veroorzaakt sinds 2016 ernstige overlast in de gehuurde kamer, waaronder geluidsoverlast, vervuiling, vernieling en bedreiging, wat door meerdere klachten bij de politie is bevestigd. De verhuurder [eiser] heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens deze overlast en vordert in kort geding ontruiming van de woning.
De bewindvoerder van [A], belast met zijn vermogen en belangen, erkent de overlast maar stelt dat hulpverlening niet van de grond komt doordat [A] geen hulp wil accepteren. De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende aannemelijk is en dat het spoedeisend belang van [eiser] om de overlast te beëindigen aanwezig is.
Gezien de ernst en duur van de overlast en het niet nakomen van de huurovereenkomst door [A], wordt de ontruiming toegewezen. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat [eiser] zelf de ontruiming kan effectueren indien de bewindvoerder niet meewerkt. De bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen 7 dagen en veroordeling in proceskosten.