ECLI:NL:RBOVE:2018:4639
Rechtbank Overijssel
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting horecabedrijf zonder vergunning
Verzoekster exploiteert sinds mei 2018 een horecabedrijf zonder de vereiste vergunning. Na een incident met een handgranaat en twijfel over de rechtmatigheid van de bedrijfsvoering heeft de burgemeester besloten het bedrijf te sluiten en te verzegelen. Verzoekster vroeg een voorlopige voorziening om open te mogen blijven tijdens de lopende vergunningprocedure. De voorzieningenrechter oordeelt dat er een spoedeisend belang is vanwege de financiële gevolgen voor verzoekster.
Er is echter twijfel over de integriteit van de bedrijfsvoering, aanleiding voor een Bibob-onderzoek. Hierdoor is het niet langer toegestaan zonder vergunning open te zijn, ondanks een gebruikelijke gedoogpraktijk. De voorzieningenrechter kan het vertrouwelijke RIEC-advies niet inzien en gaat voorlopig uit van een gegronde reden voor de sluiting.
Hoewel de besluitvorming mogelijk minder zorgvuldig had kunnen verlopen, is er geen sprake van onherstelbaar nadeel voor verzoekster. De belangenafweging leidt tot de conclusie dat handhaving gerechtvaardigd is en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en het horecabedrijf moet worden gesloten.