ECLI:NL:RBOVE:2018:4607
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil na aftrek schadevergoeding
Een vrouw uit Nijverdal is veroordeeld voor medeplegen van verduistering en verduistering. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een betaling van €294.641,08 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Tijdens de zitting werd dit gewijzigd naar een vordering op nihil.
De rechtbank overwoog dat het wederrechtelijk verkregen voordeel bestaat uit verduisterde bedragen van diverse natuurlijke personen. Echter, de veroordeelde is vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten met betrekking tot specifieke bedragen, die daarom niet meer in de schatting van het voordeel kunnen worden betrokken.
Daarnaast is de veroordeelde hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan de benadeelden ter hoogte van €284.229,90. Deze vorderingen worden in mindering gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. Hierdoor resteert een bedrag minder dan nihil.
De rechtbank volgt het voorstel van de officier van justitie en stelt de betalingsverplichting aan de Staat op nihil. De veroordeelde hoeft dus geen bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen.
Uitkomst: De betalingsverplichting van het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op nihil.